Week van vaktherapie

Het is de week van de vaktherapie en het thema van dit jaar is prikkels! Maar wat is vaktherapie eigenlijk, en hoe wordt er in therapie gewerkt aan prikkels? Op al deze vragen geeft onze vaktherapeut Melle antwoord. Lees je mee?

Zeg, jij bent dus een vaktherapeut?

Ja dat klopt. Om specifiek te zijn, ik ben speltherapeut.

Is er een verschil dan, tussen een vaktherapeut en speltherapeut?

Jazeker, speltherapie is een onderdeel van vaktherapie. Onder vaktherapie valt ook muziektherapie, danstherapie, dramatherapie, psychomotorische (kinder-) therapie en beeldende therapie. Vaktherapie is vooral non-verbale therapie en gaat uit van doen en ervaren. 

En speltherapie, is dat iets met naalden?

Nee, gelukkig niet. Alhoewel, in de spelkamer is wel een dokterskoffer. Verder is er ook ander materiaal waarmee kinderen kunnen spelen zoals speelgoed, muziekinstrumenten en knutselmateriaal.

Hoe kan speltherapie kinderen helpen?

Spelen is de natuurlijke ‘taal’ van kinderen: Wat een kind niet met woorden wil zeggen, kan het vaak wel uitspelen. Daarnaast vinden kinderen het vooral leuk om te spelen waardoor ze meestal gemotiveerd zijn voor de therapie.

En hoe werk je dan aan prikkels?

Mensen krijgen voortdurend prikkels binnen. Die krijg je binnen via je zintuigen horen, zien, ruiken, voelen en proeven. Sommige kinderen zijn erg alert op prikkels. Ze horen van alles, hebben alles in de gaten. Hun prikkelverwerking is (te) scherp afgesteld waardoor er te veel prikkels binnenkomen. Wanneer prikkels continue blijven binnenkomen, kan dit uiteindelijk zorgen voor overprikkeling. Kinderen kunnen dit uiten in plotselinge en voor buitenstaanders soms onverklaarbare huilbuien en woedeaanvallen. Je kan het zien als een filter die te veel doorlaat waardoor ook de minder belangrijke prikkels even hard binnenkomen. En je kunt je voorstellen dat het enorm veel energie kost als je constant alle prikkels in je omgeving binnenkrijgt. Als je zo hard bezig bent met al die prikkels, dan gaat er wel eens wat mis in de communicatie.

Hoe bedoel je?

Als een kind al te veel prikkels heeft binnengekregen en je wil als ouder een goedbedoelde knuffel geven. En als reactie daarop ontploft je kind. Dan was die lichamelijke prikkel van de knuffel net te veel. Maar, het is ook mogelijk dat kinderen juist ondergevoelig zijn voor prikkels. Die zijn juist onvoldoende alert. Prikkels lijken langs hen heen te gaan. Deze kinderen lijken in hun eigen wereld te zitten, zijn dromerig en komen niet in actie. 

Hoe helpt speltherapie dan om daarmee om te gaan?

Wat ik veel doe is ”ondertitelen” van die prikkels. Bijvoorbeeld: ”Hé ik hoor ook iemand op de gang langslopen”. Dan geef je aandacht aan de prikkel, maar laat je ook zien dat je de prikkel daarna weer kan negeren. Uiteindelijk help je hiermee het kind om de omgeving voorspelbaar te maken. Daarnaast leert een kind welke prikkels belangrijk zijn, en welke prikkels je alleen even kort hoeft op te merken en vervolgens weer kan negeren. En wat ik ook doe is vragen wat een kind wel en niet fijn vindt in zintuigelijke belevingen. Is het scheerschuim bijvoorbeeld lekker zacht, koud of juist warm? Door uit te proberen kom je er ook achter wat je weer tot rust kan brengen, bijvoorbeeld door even te tekenen of met zo’n pop-it te spelen. En dat helpt ook weer om jezelf te reguleren bij te veel of juist te weinig prikkels

Wow interessant zeg! Bedankt voor je uitleg.

Graag gedaan.

#Weekvandevaktherapie #vaktherapie #speltherapie